Tennisschoenen en blessures - de aandachtspunten

Tennis is vergeleken met veel andere sporten een gezonde en veilige sport. Er gebeuren relatief weinig ongelukken op de tennisbaan en het aantal blessures is laag. Toch kan elke sporter blessures oplopen. Op het gebied van tennisschoenen kun je op een aantal dingen letten.

Bij tennis worden er grote krachten op je voeten uitgeoefend. Bij bijvoorbeeld een smash vangen je voeten bij de landing vier keer je lichaamsgewicht op. Bovendien moeten ze binnen één minuut de meest uiteenlopende bewegingen aankunnen: in dit geval springen, draaien, glijden, sprinten en plotseling stoppen bijvoorbeeld. Daarom zijn goede tennisschoenen zo belangrijk: die helpen je blessures te voorkomen. Maar waar moet je nou op letten bij aankoop van een paar?

Ondergrond

De baansoort bepaalt het risico op blessures. Op de ene baan loop je bijvoorbeeld meer risico’s in dat opzicht dan op de andere doordat hij schokken minder goed opvangt of minder makkelijk ‘glijdt’. Lees hier meer informatie over de juiste tennisschoenen per ondergrond.

Hoe flexibel is de schoen?

Tennisschoenen moeten flexibel zijn, maar niet té soepel. Dat kan namelijk pijn veroorzaken aan je wreef. Maar te stugge schoenen zorgen vaak voor problemen voor je tenen, enkels en knieën.

Let naast de flexibiliteit van de schoen ook op het buigpunt van de zool. Dat doe je zo:

  • Neem een schoen in je handen.
  • Houd met één hand de schoen stevig vast bij de hiel.
  • Duw krachtig met je andere hand de tenen omhoog.
  • De schoen moet ter hoogte van de bal van de voet buigen op het natuurlijk buigpunt en niet rond de middenvoet.

Zijn je schoenen stabiel genoeg? Dat voorkomt dat je voeten te veel naar binnen of naar buiten kantelen. Een goede hielkap helpt, net als het bovenwerk van de schoen, de hoogte en de veters.

Waar moet je op letten voor stabiliteit?

  • Na het strikken moet de schoen je hiel goed omsluiten. Aan beide kanten van je voet mag er geen vinger tussen passen.
  • De hielkap van je schoen moet hoog genoeg zijn en de hele hiel omvatten. Boven de hielkap moet een soepele achillespeesbeschermer (het zogenaamde snuitstuk) zitten.
  • Tijdens het lopen mag je hiel niet op en neer schuiven in de hielkap.
  • Een goede hielkap biedt voldoende weerstand. Als je hem makkelijk met je duim en wijsvinger kunt indrukken, is dat niet het geval. Is indrukken moeilijk? Dan is de hielkap goed. Een degelijke hielkap is gemaakt van kunststof.
  • Door extra versteviging boven in de schoen kunnen je voeten niet te veel naar binnen of buiten kantelen. Bij de meeste tennisschoenen is het bovenwerk verstevigd. Ter hoogte van de wreef zitten dan niet-rekbare baleinen (zogeheten zadels).
  • Let op dat je de veters voldoende kunt aantrekken rond je voorvoet. Ook is belangrijk dat je de veters strak kunt strikken. Dat ondersteunt je middenvoet.
  • Hoe meer vetergaten er in een schoen zitten, hoe beter hij de wreef fixeert. Kies een schoen met minimaal 5 vetergaten per kant.
  • Gebruik een dubbele veter (een met 2 losse veters) als je (chronische) voetklachten hebt of die wilt voorkomen. Dan kun je het ene deel van je schoenen strakker of losser maken, zonder dat dit van invloed is op het andere deel. Dat is ook handig als je een hoge of lage wreef hebt.
  • Kies een hogere schoen als je extra stabiliteit zoekt.

Hoe is de schokdemping?

Vooral op harde banen, zoals hardcourt en tapijt, is schokdemping  belangrijk. Het schokdempend vermogen van een schoen zit ‘m voor een groot deel in de dikte en hardheid van de tussenzool. Die moet onder je hele voet grote schokken kunnen opvangen – niet alleen bij de voorvoet. Als tennisser land je namelijk ook regelmatig op je hielen en op de binnen- en buitenkant van je voet.

Als je overgewicht hebt, is het extra belangrijk om een schoen met een goede schokdemping te hebben. Hetzelfde geldt als je geneigd bent om zwaar op je voeten te landen.

Klopt de pasvorm en de maat?

De ideale tennisschoen bestaat niet. De kunst is om die schoen te kiezen die het beste bij jou past. Erg belangrijk is of de pasvorm en maat kloppen. Let dus goed op de lengte en breedte van schoenen:

  • In de lengte van de schoenen moet genoeg ruimte over zijn voor de tenen. Voor een goede voetafwikkeling is ongeveer 0,5 tot 1 cm ruimte nodig tussen de toppen van je tenen en de schoenrand. Controleer dit staand en let erop dat je hielen goed achterin de schoen zitten.
  • In de schoen moet ook genoeg ruimte zijn boven de tenen. De bovenkant van de schoen mag niet over de bovenkant van je voet en tenen schuren. Dan ontstaan namelijk blaren of eelt. Groeien je voeten nog? Let dan op dat je genoeg ruimte hebt boven de tenen.
  • Kies voor schoenen die overal goed aansluiten. Je moet een onverwachte pas recht naar voren kunnen zetten, zonder dat je tenen pijnlijk tegen de schoenrand aankomen. Als dat wél zo is, zijn de schoenen te klein of te breed.

Gebruikstips 

  • Vervang je tennisschoenen voordat je oude schoenen versleten zijn. Als de buitenzool van je schoen versleten is, neemt de schokabsorptie van de tussenzool af. Koop nieuwe schoenen voor het zover is.
  • Leen nooit de sportschoenen van iemand anders. De stand van iemands voeten en zijn manier van lopen (en daardoor de slijtage van de schoen) kan heel anders zijn dan die van jou.
  • Laat je schoenen nooit in je tas zitten. Haal je schoenen eruit en laat ze binnenshuis drogen, ofwel ‘uitwasemen’. Zet ze open neer en stop er niets in. Dit voorkomt schimmelvorming. Droog schoenen nooit bij de verwarming. Dan slijten ze sneller en worden ze stug. Haal de binnenzool uit de schoen als je ze laat drogen.
  • Vervang binnenzooltjes regelmatig. Veel sportschoenen beschikken standaard over een binnenzooltje van matige kwaliteit. Dit kun je eenvoudig vervangen door een van betere kwaliteit. Die kun je los kopen in goede sportspeciaalzaken. Houd er rekening mee dat binnenzooltjes hun schokdempende werking verliezen.