Tennisracket en -ballen en blessurepreventie

Tennis is vergeleken met veel andere sporten een gezonde en veilige sport. Er gebeuren relatief weinig ongelukken op de tennisbaan en het aantal blessures is laag. Toch kan elke sporter blessures oplopen. Op het gebied van uitrusting kun je op een aantal dingen letten.

Tennisracket

De keuze aan tennisrackets is enorm groot. Het is er persoon verschillend wat een geschikt racket is. Een racket moet bijvoorbeeld passen bij je lichaamsbouw en speelstijl. Het juiste racket voor jouw lichaamsbouw en speelstijl verkleint de kans op blessures. Waar kun je zoal op letten? 

Het soort racket: powerracket of controleracket?

  • Een powerracket is relatief licht, breed en stijf, en heeft een groot blad. Ben je een beginnende tennisser en raak je ballen nog regelmatig verkeerd? Ga dan voor een powerracket. Dit blad heeft een grotere sweetspot waardoor je de bal makkelijker goed raakt.
  • Een controleracket is relatief zwaar, smal en flexibel, en heeft een klein blad. Dit racket voelt minder comfortabel aan dan een powerracket en laat precies zien wat je als tennisser kan. Je kunt beter manoeuvreren met je racket en hebt meer controle over de bal. Maar je racket is wel minder ‘vergevingsgezind’ door de kleine sweetspot. Je moet de bal dus behoorlijk precies kunnen raken. Dit racket is dan ook meer geschikt voor de gevorderde speler.

Materiaal racket

Wil je blessures zoals tennisellebogen voorkomen? Koop dan een racket met een goede trillingsdemping. Ofwel: een racket dat trillingen niet doorgeeft aan je arm. Elk materiaal frame heeft zijn eigenschappen. In het kort komt het hier op neer:

  • Graphite is licht en heeft een goede trillingsdemping;
  • Kevlar is taai (sterk) en licht tegelijk en heeft een goede trillingsdemping;
  • Boron is stug, sterk en licht en heeft een redelijke trillingsdemping ;
  • Glasvezel is flexibel en heeft een redelijke trillingsdemping;
  • Aluminium is stijf en licht en heeft een slechte trillingsdemping.

De meeste tennissers kiezen tegenwoordig voor graphite. Dit raden we je dan ook zeker aan.

Stijfheid en flexibiliteit

Er zijn flexibele en stijve rackets. Ook hier geldt dat beide soorten voor- en nadelen hebben.

Flexibele rackets zijn meestal kleiner en hebben een dunner frame. Ze buigen meer mee als de bal het racket raakt. Ook zijn ze, door de grotere veerkracht, vriendelijker voor je arm dan stijve rackets.

Stijve rackets zijn groter en hebben een dikker frame. Ze buigen minder mee als de bal het racket raakt en geven je daardoor als tennisser meer kracht en controle: je kunt de bal nog preciezer plaatsen.

  • Een flexibel racket is vooral goed als je net met tennissen begint;
  • Ook als je snel last hebt van armblessures is een flexibel racket een aanrader;
  • Ben je een gevorderde tennisser en heb je niet snel last van je arm? Kies dan voor een compromis: een racket met een stijf blad en een flexibele schacht. Doordat het blad stijf is, kun je veel kracht uitoefenen met het racket. Maar door de flexibele schacht geeft het racket wel mee bij niet goed op het blad geraakte ballen.

De lengte

Tennisrackets voor volwassenen hebben een standaardlengte van 68,6 centimeter. Er bestaan ook langere rackets, de zogeheten ‘longbody rackets’, die maximaal 2,5 centimeter langer zijn. Volgens de producenten geven ze daardoor meer kracht, controle en comfort. Wanneer je voor een ‘longbody” racket wil kiezen, let dan op de volgende eigenschappen:

  • Je bereik is groter en je kunt harder slaan.
  • Je kunt minder goed manoeuvreren, vooral aan het net.
  • Je staat snel te dicht op de bal en kan daardoor geen volledige swing maken.
  • In het begin raak je vaker ballen buiten de sweetspot omdat je nog moet wennen aan de nieuwe lengte.
  • Je kan eerder klachten (zoals pijn in je schouder of elleboog) krijgen aan je slagarm door de grotere hefboomwerking: de kracht die op je spieren komt te staan is groter.
  • Heb je wel eens een armblessure gehad, zoals een tennisarm? Kies dan geen ‘longbody racket’, maar een racket met een standaardlengte.

Het gewicht

Rackets variëren in gewicht tussen de 240 en 360 gram. Het gewicht van het racket heeft invloed op je spel. Kies daarom voor een racket die het best bij je speelstijl past, zo verminder je de kans op blessures.

Met een licht racket:

  • Kun je sneller manoeuvreren.
  • Ben je soms geneigd meer ‘vanuit je pols’ te slaan - en dat verhoogt het risico op blessures.

 
Met een zwaar racket:

  • Kun je schokken op je hand, pols en arm beperken.
  • Maak je makkelijker lange, vloeiende slagen.
  • Kun je harder slaan, mits je de techniek beheerst.
  • Hoe zwaarder het racket, hoe kleiner de kans op blessures, mits je er goed mee om kunt gaan.)

De balans

De balans van een racket bepaalt hoe zwaar het aanvoelt. Een racket met een zwaar blad voelt dus zwaarder aan dan een racket met een relatief zware grip (‘handle-weight’). Er zijn ook rackets die het gewicht gelijk verdelen over het blad en de grip, de ‘even-balanced’ rackets: deze racket zijn geschikt voor een brede groep spelers. Je speelstijl bepaalt welk racket het beste bij je past.

Welk racket kiezen?

  • Een ‘handle-weight’ racket geeft meer controle en gevoel. Ben je een serve- en volleyspeler en wil je makkelijk manoeuvreren? Kies dan zo’n racket. ‘Handle-weights’ zijn over het algemeen alleen nog maar in gebruik bij wedstrijdspelers.
  • Gevoelig voor armblessures? Neem een ‘handle-weight’. Die belast je arm minder dan een racket met een zwaar blad (de ‘top-weight’).
  • Een zwaar blad geeft meer vaart en power aan de bal. Geschikt voor de tennisser die veel harde ballen speelt en vooral actief is vanaf de achterlijn van het veld.

De grip

Wie een nieuw racket koopt, moet bij de grip letten op de dikte daarvan en het materiaal. Wat moet je weten over de grip?

  • Je grip moet goed passen. Een te kleine of te grote grip vergroot het risico op blessures, omdat je dan in je racket gaat knijpen. Zo overbelast je de onderarmspieren.
  • Bekijk hier welke gripmaat voor jou het meest geschikt is.
  • Let op dat je grip niet te glad wordt door slijtage. Vervang een overgrip op tijd.

 

Naast de dikte is ook het materiaal van een grip van belang. Grips zijn altijd van leer of van synthetisch materiaal. Wat is het verschil?

  • Een leren grip wordt sneller nat van het zweet en gaat dan glijden. Als je grip glad is, gaat je racket sneller ronddraaien. Om dat te voorkomen, ga je harder in de grip knijpen en wordt het risico op overbelasting en blessures groter.
  • Synthetisch materiaal neemt vocht beter op en wordt daardoor niet snel glad. Handig als je last hebt van zweethanden.
  • Grips zijn niet allemaal even hard. Wil je blessures voorkomen? Kies dan voor een zachte grip. Deze vangt trillingen beter op dan een harde grip.
  • Je kunt ook een synthetische ‘overgrip’ (losse grip) gebruiken over een (leren) grip heen. Zo’n tweede grip neemt vocht beter op en versterkt het dempende vermogen. Ook kun je de overgrip eenvoudig vervangen als hij versleten is.

De bespanning

De hardheid van de bespanning is belangrijk. Wat past bij jou?

  • Een zachte bespanning is veerkrachtig. Het ‘trampoline-effect’ is groter en de bal veert harder terug dan bij een harde bespanning.
  • Ook de sweetspot van een zacht bespannen racket is groter. Dit deel brengt ook de minste trillingen over aan je arm.
  • Door de grotere sweetspot is de schokbelasting van de bal kleiner en is de kans op blessures ook kleiner.
  • Met een harde bespanning heb je meer controle en kun je de bal preciezer plaatsen.
  • Ben je gevoelig voor armblessures? Kies dan voor een relatief zachte bespanning.
  • Vind je een zachte bespanning niet comfortabel? Kies dan voor een hybride bespanning. Dan zijn lengte- en breedtesnaren op verschillende sterktes bespannen. Doordat de lengtesnaren strakker gespannen zijn, heb je meer controle. De zacht gespannen breedtesnaren zorgen voor kracht. 

Tennisballen

Er bestaan 2 soorten tennisballen: drukloze en gasgevulde ballen. Ben je gevoelig voor armblessures, dan kun je beter met gasgevulde ballen spelen. Die zijn lichter en elastischer en belasten daardoor je arm minder. In competities wordt bijna altijd getennist met gasgevulde ballen. Dat speelt fijner: door de grotere elasticiteit geef je makkelijker snelheid aan de bal.